|
Onzorgvuldige
voorbereiding maakt Vlaamse wegwerkzaamheden duurder
Rekenhof
legt pijnpunten in administratie Wegen en Verkeer bloot
Onzorgvuldige
voorbereiding van de aanbestedingen, matige tot onvoldoende
kwaliteit van de bestekken en gebrekkige opvolging van de projecten
drijven de kostprijs van wegwerkzaamheden van de Vlaamse overheid
op. De administratie maakt geen gebruik van de mogelijkheid de
eenheidsprijs te herzien en spant zich niet genoeg in om
verwijlintresten te voorkomen. Dat schrijft het Rekenhof in een
rapport aan het Vlaams Parlement over zijn onderzoek naar
verrekeningen bij de aanneming van werken. De overheid werkt aan
maatregelen om de verrekeningen te beperken.
Een
verrekening is een overeenkomst tussen de aannemer en de overheid
wanneer zich een wijziging voordoet in de opdracht die bij een
aanbesteding aan de betrokken aannemer is toegewezen. Het gaat om de
hoeveelheden die in vergelijking met het bestek nieuw of veranderd
zijn en om de aangepaste of overeengekomen prijzen die het gevolg
zijn van toevoegingen, wijzigingen of weglatingen ('werken in min'
en 'werken in meer').
Het
Rekenhof heeft 619 verrekeningsdossiers van de vijf provinciale
afdelingen van de administratie Wegen en Verkeer uit 2003 en 2004
onderzocht, die betrekking hebben op 280 aanbestedingen. Daarvan
waren er 200 (32,3%) het gevolg van een aanpassing van de
hoeveelheden die in het bestek geraamd waren. Bij werken komt het
vaker voor dat er een verschil is tussen de geraamde en de werkelijk
gebruikte hoeveelheden. Twee derde van de verrekeningen is het
gevolg van een wijziging van de opdracht. Dat is vooral zo in
Oost-Vlaanderen (77,8%), Limburg (66,7%) en Antwerpen (63,6%).
In
Antwerpen hebben de verrekeningen vooral te maken met de
aanbesteding voor de ring. Ingevolge een ministeriële beslissing
werd de voorbereidingsperiode ingekort van 38 tot 8 maanden.
Bijkomende werken, zoals de minderhindermaatregelen, waren niet in
het bestek opgenomen. Ook de opdracht voor de herinrichting van de
Leien is in belangrijke mate gewijzigd, met grote verrekeningen tot
gevolg.
In
Limburg zijn wijzigingen tijdens de uitvoering van de werken het
gevolg van onder meer extern opgemaakte bestekken. Volgens de
betrokken ambtenaren doen studiebureaus minder vooronderzoek, werken
ze onder hoge tijdsdruk en doen ze dikwijls een beroep op onervaren
(goedkope) werknemers. De regelgeving moedigt de studiebureaus niet
aan verrekeningen te vermijden, want ze krijgen een percentage op
het bedrag van de uiteindelijk uitgevoerde werken.
In
Oost-Vlaanderen zijn de wijzigingen hoofdzakelijk het gevolg van een
onzorgvuldige voorbereiding en opvolging van de projecten. Tijdens
zijn onderzoek kreeg het Rekenhof van alle vijf de afdelingen te
horen hoe belangrijk voorstudies, boringen, verkenningen ter plaatse
en dergelijke zijn. Een zorgvuldige voorbereiding van de
aanbesteding en het nauwgezet opstellen van de bestekken beperken
het risico op verrekeningen. Toch verloopt de voorbereiding in veel
gevallen gebrekkig. De ambtenaren schrijven dat toe aan complexere
procedures, een toegenomen werklast, een gebrek aan personeel en
personeelswissels. Ook de druk om voor 31 december begrotingskredieten vast te leggen, leidt vaak tot een voortijdige
aanbesteding. geen databank Een ander pijnpunt is het ontbreken van
een databank voor prijsramingen. Al in 1997 heeft de Vlaamse
overheid een aanbesteding gedaan voor een prijzendatabank. Toen het
Rekenhof zijn onderzoek afsloot (oktober 2005), was die nog altijd
niet operationeel. Volgens de regelgeving over de aanneming kan de
overheid vragen dat de afgesproken eenheidsprijs herzien wordt
wanneer de bijkomende werken het drievoudige overtreffen van de
vermoedelijke hoeveelheden. Hoewel dat bij 47 van 196 onderzochte
aanbestedingen het geval was, werd geen enkele keer een
prijsherziening gevraagd. Voor de betrokken aanbestedingsposten
betaalde de overheid 4,9 miljoen euro in plaats van de
oorspronkelijk overeengekomen 655.000 euro. Het Rekenhof vermoedt
dat aannemers bij de berekening van hun inschrijvingsprijs wel eens
speculeren op een aanpassing van de hoeveelheden en daarom opvallend
hoge prijzen opgeven. Dat is nadelig voor de overheid en brengt de
gelijke behandeling van de inschrijvingen in het gedrang. De
aannemer met de laagste inschrijvingsprijs krijgt door de
verrekeningen uiteindelijk meer dan de prijs van de tweede of zelfs
derde gerangschikte inschrijver.
...
vervolg: klik
hier (bron
Tijd)
Groeiende
interesse
Vanaf
de opstart in 2004 is de interesse in wegenbouw.be
steeds gegroeid. In mei & juni werden op 2 dagen zelfs pieken
gemeten van meer dan 3500 bezoekers per dag (op de
startpagina).
Een
heel aantal aannemers presenteert reeds zijn activiteiten op deze
website. Wilt u weten wie? Klik dan op deze pagina: klik
hier
Informatie
over leidingen blijft problematisch aantal schadegevallen
onrustwekkend hoog
Twee
jaar geleden vond in Gellingen een dodelijke gasramp plaats. Volgens
de Vlaamse Confederatie Bouw blijft de kans op een Gellingen bis
zeer reëel. De aannemers stellen haast unaniem dat de
liggingsplannen van de distributienetbeheerders er intussen niet
zijn op verbeterd. Dit blijkt uit een recente enquête van de VCB.
Bovendien blijft het aantal schadegevallen aan gasleidingen
onrustwekkend hoog. De overheid moet de distributienetbeheerders
ertoe verplichten preciezere informatie over hun leidingen te
verstrekken. Nu gaan zij meestal vrijuit.
De
VCB heeft haar leden gevraagd of zij enige verbetering hebben
vastgesteld met betrekking tot de plannen waarop de
distributienetbeheerders de ligging van hun ondergrondse leidingen
aangeven. Het antwoord was bij meer dan negen op de tien aannemers
resoluut 'nee'. De slechte kwaliteit van de ligginsplannen geldt
voor alle distributienetbeheerders: niet alleen voor gasleidingen
maar ook voor elektriciteitsleidingen en voor verbindingen van
telefonie en telecommunicatie. De meerderheid van de respondenten
vond wel dat de plannen nu sneller worden geleverd dan voorheen.
Maar het cruciale punt - de precieze ligging van de leidingen -
blijft zoals vóór de ramp van Gellingen de grote onbekende.
...
vervolg: klik
hier (website VCB)
Bouwunie
presenteert actieplan om Vlaamse gemeenten bouwvriendelijker te
maken
De
bouwvriendelijkheid van de Vlaamse gemeenten kan beter. Dat blijkt
uit een enquête van Bouwunie bij 288 Vlaamse bouw-KMO's. De
bouwbedrijven bekritiseren vooral het tekort aan overlegmomenten met
de gemeentelijke ambtenaren, de oneerlijke concurrentie van door de
gemeenten ondersteunde sociale-economieprojecten en het vaak
ondoordachte parkeerbeleid dat veel gemeenten en steden voeren. De
belangrijkste boodschap van de Vlaamse bouw-kmo's voor de
gemeentebesturen is: "investeer voldoende, aan een gelijkmatig
ritme, reserveer hiervoor tijdig de nodige gelden, zorg dat KMO's
ook aan bod komen en betaal correct". De bouwbedrijven vragen
de gemeenten een doordacht parkeerbeleid te voeren. Vooral in
grotere gemeenten en steden ondervinden de aannemers nu al te vaak
problemen om hun camionettes met werkmateriaal zonder grote kosten
of zware procedures te parkeren.
Voor
het vervolg van het document: klik
hier (website Bouwunie)
Geïllustreerd
reglement voor de wegbeheerder
Om
de wegbeheerders te helpen, heeft het Opzoekingscentrum voor de
Wegenbouw via zijn afdeling Veiligheid – Wegbeheer het initiatief
genomen een geïllustreerd reglement voor de wegbeheerder op te
stellen. Daartoe heeft het Centrum alle deskundigen op het gebied
van wegbebakening uit de ministeries en de organisaties of
onderzoeksinstellingen die het meest op dit gebied actief zijn rond
de tafel gebracht.
Aangezien
verkeersregels voortdurend worden aangepast en verfijnd, zal het dit
document geregeld bijgewerkt worden. De nieuwste versie kan u steeds
raadplegen op de website van het OCW: klik
hier.
Financiële
ademruimte voor gemeenten in vraag gesteld.
De
reorganisatie van de watersector, vastgelegd in het programmadecreet
van 24 december 2004, heeft een zeer grote invloed op de
gemeentelijke financiën. Sinds 1 januari 2005 zijn de gemeenten,
die een overeenkomst hebben gesloten met een drinkwatermaatschappij,
btw-plichtig voor het leveren van een transportdienst. Dit betekent
recht op aftrek van BTW en dus financiële ademruimte voor de
gemeenten. Concreet wil dit zeggen dat de gemeenten 21% meer kunnen
investeren in rioleringen en bijgevolg bijdragen tot de verbetering
van het milieu en de waterkwaliteit. Evenals
VLARIO
betreurt de VVSG
het feit dat de Federale Overheid hier anders over denkt.
Deze
financiële meevaller zullen de gemeenten goed kunnen gebruiken,
gelet op het feit dat in uitvoering van de Europese verplichtingen
er tegen 2015 minimaal 7 miljard euro dient geïnvesteerd te worden
in de afvalwaterbehandeling. Het merendeel van deze investeringen
zal door de gemeenten moeten worden gedragen. De Federale Overheid
is van mening dat het recht op aftrek niet geldt vanaf 1 januari
2005, doch pas vanaf de daadwerkelijke ondertekening van het
contract tussen de drinkwatermaatschappij en de gemeenten. VLARIO is
er echter van overtuigd dat deze zienswijze niet correct is.
Aantal
arbeidsongevallen bouw daalt dankzij volgehouden inspanningen
bouwbedrijven
Uit
gegevens van het Fonds voor arbeidsongevallen blijkt dat het aantal
arbeidsongevallen per werknemer het hoogst is in de bouwsector. Dit
meldt federaal minister van Werk Peter Vanvelthoven op een
schriftelijke vraag van kamerlid Maggie De Block (VLD). Bouwunie
geeft aan dat de bouwsector al jaren en met succes werkt aan het
verbeteren van de veiligheid in de sector via het daartoe speciaal
opgerichte sectorfonds NAVB (Nationaal Actiecomité voor Veiligheid
en Hygiëne in het Bouwbedrijf). De acties van het fonds, vooral
gericht op sensibilisering en advisering, hebben gezorgd voor een
daling van het aantal arbeidsongevallen in de bouw. Bouwunie
beklemtoont dat de werkgevers uit de bouwsector veiligheid als een
prioritair item beschouwen. Ze leveren trouwens heel wat
inspanningen voor veiligheid op het werk en voorkoming van
arbeidsongevallen. Werkgevers uit de bouw betalen voor de werking
van het NAVB, een door de sector opgericht veiligheidsfonds. Dit
fonds is belast met de veiligheidspreventie in de sector. Twintig
adviseurs van het NAVB gaan dagelijks de baan op, controleren werven
en geven raadgevingen om veiliger te werken. De tussenkomst van deze
adviseurs is preventief, niet repressief. Bovendien bestaat in de
bouwsector sinds 2001 de regelgeving op de veiligheidscoördinator.
Allemaal maatregelen die preventief werken en het aantal
arbeidsongevallen in de bouw moeten beperken. En met succes. De
veiligheid op de bouwwerven is verhoogd, werkgevers en werknemers
zijn zich meer bewust van eventuele risico's en weten hoe deze te
beperken en het aantal arbeidsongevallen is de jongste jaren
gedaald. In de periode 1993-2002 is het aantal ongevallen in de bouw
teruggelopen van 34.343 tot 25.533, een daling met 25,7%. In 2003 en
2004 waren er nog eens 9,2% en 2,6% minder ongevallen dan in het
voorgaande jaar.
INTERESSANTE
WEBSITE
Vanaf
nu zullen wij in iedere editie van deze nieuwsbrief kort een
interessante website aanhalen.
De
eerste is www.copro.info,
de website van COPRO vzw, bekend van de kwaliteitscontrole van
verschillende producten.
Vooral
de "lijsten" kunnen interessant voor u zijn. Bent u
bijvoorbeeld op zoek naar aanbieders van gebroken puingranulaten in
de nabijheid van een bepaalde werf. Dan kan u in deze lijsten de
bedrijven terugvinden die hiervoor een certificaat bekomen hebben.
Hetzelfde kan u doen om asfaltcentrales op te zoeken. Verder kan u
er terecht voor formulieren en allerhande info over de certificatie.
De
link kan u steeds terugvinden op de pagina met beroepsorganisaties
van wegenbouw.be: klik
hier
vervolg
nieuws: lees verder onderaan!
|