Iedere Belg heeft de
slechte staat van onze autosnelwegen, gewest- en gemeentewegen zelf
kunnen vaststellen. Deze toestand is hoofdzakelijk te wijten aan een
jarenlange ontoereikende financiering van het onderhoud van onze wegen,
die meestal van een respectabele ouderdom zijn. Zo is bijvoorbeeld het cementbeton van de zuidelijke
toegangsweg naar Tienen 38 jaar oud, het asfalt van de Grote Ring van
Antwerpen in de omgeving van de Taeymanstunnel is 19 jaar oud en de
bitumineuze verharding van de autoweg E313 nabij Geel is 15 jaar oud.
Het is dus niet verwonderlijk dat België de laatste plaats heeft
behaald voor de kwaliteit van haar wegverhardingen in een enquête die
door de officiële Europese Conferentie van de Directeurs der Wegen werd
georganiseerd. Waarschijnlijk zal België nog steeds diezelfde plaats
behalen bij een volgende peiling.
Om te verhelpen aan deze
trieste situatie wordt overwogen om een vignet of tolsysteem (algemeen
of stedelijk) of een kilometerheffing in te voeren.
Maar daarbij wordt dikwijls vergeten dat de weggebruikers nu al
meer dan 11 miljard euro per jaar ophoesten, dit onder de vorm van
diverse taksen, accijnzen en boeten, en dat slechts 1,5 miljard euro
hiervan voor de aanleg en het onderhoud van de wegen wordt aangewend.
Indien voor een van deze
bijkomende financiële systemen zou gekozen worden, dringt Road
Federation Belgium erop aan
dat deze nieuwe, door de weggebruikers betaalde inkomsten in hun
totaliteit aan de wegen worden besteed. Ze moeten dienen voor het
onderhoud van ons wegenpatrimonium, voor de verbetering en de bouw van
ontbrekende schakels, om de kwaliteit van ons wegennet, de
verkeersmobiliteit en de veiligheid van de weggebruikers en de bewoners
te optimaliseren.
(bron:
Road Federation Belgium)