|
In
de rioleringssector moet dringend meer geïnvesteerd worden om de grote
achterstand van ons land op de Europese richtlijnen in te lopen.
Bovendien moeten de bestaande rioleringen tijdig vernieuwd worden zodat
ze binnenkort niet systematisch gaan instorten. Alleen al het vermijden
van dit debacle vergt een verdubbeling van de huidige investeringen.
Het
aansluiten van alle riolen op de zuiveringsinstallaties én het
onderhouden van de bestaande riolen kunnen zorgen voor 10.000 jobs, 20
jaar lang. Twee Vlaamse meerderheidspartijen geven aan dat de extra
investeringen in de eerste plaats uit de algemene middelen van de lokale
overheden zullen moeten komen, terwijl Vlario liever de gewestelijke
bijdrage verhoogd ziet. Dat was te horen op de Vlario-dag in Antwerpen.
Vlario,
het overlegplatform voor de riolerings- en afvalwaterzuiveringssector in
Vlaanderen, stelt vast dat de uitbouw van de rioleringsinfrastructuur
zeer langzaam vooruitgaat. Op dit moment is 13% van de bewoners nog niet
aangesloten op riolering en zelfs 30% niet op zuivering. Ook het
onderhouden en vervangen van bestaande riolering gebeurt voornamelijk ad
hoc waardoor dit vaak te laat gebeurt, wat doorgaans ook duurder is
(vervangen is duurder dan herstellen).
Er
is een inhaalbeweging noodzakelijk, enerzijds om de Europese richtlijnen
te halen en anderzijds om de huidige stelsels op peil te houden. Om
daartoe te komen, moeten eerst de knelpunten worden aangepakt inzake de
ingewikkelde en ondermaatse financiering en inzake de moeilijke
administratief-technische afhandeling van de projecten.
De
uitbouw (350 miljoen EUR/jaar) wordt gefinancierd met de subsidie van
120 miljoen EUR per jaar en voor de komende zeven jaren vindt er een
overdracht van 100 miljoen EUR per jaar plaats van gemeentelijke
projecten aan Aquafin. Dit resulteert in een tekort van 130 miljoen EUR
per jaar. De oplossing hiervoor is volgens Vlario het invoeren van een
vermijdbare hemelwaterheffing, zowel voor het openbaar als privé-domein.
Het principe is dat wie hemelwater ter plekke houdt deze heffing niet
betaalt.
De
vervangingsinvesteringen en onderhoud (500 miljoen EUR/jaar) moeten
gefinancierd worden door de saneringsbijdrage die via de
drinkwaterfactuur wordt geïnd. Maar zelfs rekening houdend met het
maximale tarief dat geïnd kan worden, blijft er een structureel tekort
van 200 miljoen EUR. De oplossingen zijn hier enerzijds de
saneringsbijdrage verhogen tot een realistisch plafond of structurele
tussenkomsten voorzien vanuit de algemene middelen.
Iedereen
weet dat de huidige beschikbare middelen niet volstaan en toch int nog
niet de helft van de Vlaamse gemeenten de maximale saneringsbijdrage.
Hiermee zou jaarlijks meer dan 100 miljoen EUR rechtstreeks extra
beschikbaar zijn.
Op
gemeentelijk vlak is er de komende 20 jaar een behoefte van 850 miljoen
EUR per jaar. Enerzijds is er bijna 7 miljard EUR nodig of 350 miljoen
EUR per jaar gedurende 20 jaar voor de uitbouw van het stelsel en
anderzijds ongeveer 500 miljoen EUR per jaar voor het beheer van het
bestaande stelsel (reinigen, inspecteren en herstellen).
De
rioolbeheerders beschikken enerzijds over de subsidies van de Vlaamse
overheid voor een bedrag van 120 miljoen EUR per jaar en anderzijds over
de saneringsbijdrage en vergoeding die in 2008 samen 168 miljoen EUR
opleverden. Vlario merkt net als Vlaams milieuminister Crevits op dat
deze beide inkomstenbronnen niet maximaal werden benut.
"De
gemeenten kunne via de eengemaakte waterfactuur jaarlijks zowat 300
miljoen EUR innen voor hun waterzuiveringsinfrastructuur",
becijferde ze aan de vooravond van de Vlariodag. Crevits herinnert er de
sector ook aan dat er nooit eerder zoveel werd geïnvesteerd in
waterzuivering en dat de eerste resultaten al zichtbaar zijn op het
terrein, met vis in de Leie en de Zenne. "We willen de beschikbare
middelen zo snel en efficiënt mogelijk inzetten, maar we kunnen ook
niet alle straten tegelijk opbreken", besluit ze. Momenteel
bedraagt de gemiddelde doorlooptijd van een rioleringsproject 6 tot 7
jaar. Dit is veel te lang voor Vlario. Hiervoor moeten verschillende
oorzaken worden aangepakt en dit is de verantwoordelijkheid van alle
partijen, zowel gemeenten, gemeentelijke rioolbeheerders, gewest als
studiebureaus.
Ondertussen
zorgt Vlario ervoor dat alles administratief een beetje vlotter kan
verlopen. Werkgroep 5 van Vlario stelt tekstvoorstellen op voor de
hoofdstukken III, VII en IX van het Standaardbestek 250. Er moeten
bestekteksten opgemaakt worden voor buffer- en infiltratievoorzieningen,
er moeten aanbevelingen komen inzake ontwerp en aanleg van
rioleringsstelsels en inzake keuringen op gestabiliseerde aanvullingen.
Werkgroep 8 werkt aan een typebestek voor het aanleggen van een
gravitaire leiding via doorpersing.
Carlo
Bollen van de deelwerkgroep Keuring van Vlario geeft aan in welke
richting de keuring van de gescheiden afvoer van gebouwen zou kunnen
evolueren. Vooralsnog moet de hemel- en afvalwaterafvoer nog niet
gekeurd worden, omdat daarover nog geen decreet of uitvoeringsbesluiten
bestaan, wel al een resolutie van het Vlaamse parlement.
Toch
is zo'n keuring wenselijk, omdat gemiddeld 5% verkeerde aansluitingen
(vuilwater op hemelwater) vastgesteld worden. De keuring zou volgens
Bollen moeten gelden voor elk nieuwbouw en verharding en elke verbouwing
waarbij het vermoeden bestaat dat de afwatering wordt aangepast. Hier
zou de keuring van de plannen moeten samenvallen met de bouwvergunning,
zodat administraties niet eerst de bouwvergunning goedkeuren en daarna
de afwatering afkeuren. Ook zou er een keuring moeten zijn van elk
bestaand gebouw dat heraangesloten wordt op een gescheiden riolering.
Voor
de keuringen die samenvallen met een bouwvergunning, denkt Bollen dat
kan samengewerkt worden met de keuringen van bv. drinkwater en gas,
waarvoor evenwel nog geen wettelijke regeling bestaat. De
Vlario-werkgroep heeft ook al ideeën hoe de keuring vooraf en ter
plaatse kan uitgevoerd worden, o.m. via een rooktest, stootcamera of
pH-meting. De particulier moet zijn bouwaanvraag ter beschikking houden,
facturen en foto's van de hemelwaterput en/of infiltratievoorziening
bijhouden en een as-builtplan kunnen voorleggen.
Christophe
Claeys van de VVSG stelde op de Vlariodag dat er geen handhaving mag
zijn zonder dat eerst een draagvlak gecreëerd wordt. "Dat
draagvlak kan er komen door communicatie van gemeenten en Gewest, door
individuele begeleiding en door subsidies. Enkel de gemeente Herent
heeft vóór de invoering van het Lokaal Pact - dat de invoering van
nieuwe gemeentelijke belastingen verbiedt tot eind 2009 - een
gemeentebelasting ingevoerd voor het niet maximaal afkoppelen in door de
gemeente vastgelegde projecten. Deze belasting bedraagt in Herent 1.500
EUR per jaar. Daarbij moet wel vermeld worden dat deze gemeente de
volledige afkoppelingskost van de particulier betaalt", duidt
Claeys.
Op
dit moment kunnen lokale besturen hun Vlaamse subsidie voor
afkoppelingsprojecten kwijtspelen als een bepaald aandeel van de
gebouwen langs het traject geen gescheiden afvoer heeft. Door het
opmaken van een proces-verbaal per geval zou zo'n gemeente alsnog
aanspraak kunnen maken op de subsidie, als ook vooraf voldoende
gecommuniceerd werd over de verplichtingen en de mogelijke sancties,
oppert Christophe Claeys.
Andere
sprekers op de Vlariodag waren Christophe Boogaerts van de Vlaamse
Milieumaatschappij, die inzake rioolbeheer de verschillen in kosten,
investeringen en opbrengsten vergeleek tussen de provincies en tussen
steden en gemeenten, en zijn collega Greet Timmermans die een terugblik
gaf op een decennium subsidies voor gemeentelijke rioleringen.
Uit
haar uiteenzetting onthouden we vooral dat een deel van de budgetten
ongebruikt blijft omdat sommige dossiers waarvoor reeds een budget werd
toegekend een eerder 'slapend' bestaan kennen na een eerste afkeuring,
o.m. omdat er geen termijn staat op het herindienen van afgekeurde
dossiers. Die 'slapende' budgetten kunnen intussen niet naar andere
projecten gaan.
Een
panel van vijf politici kreeg op de Vlariodag enkele hot items
voorgeschoteld, zoals de handhaving, de prioriteit die de partijen geven
aan riolering en de vraag waar de extra middelen vandaan moeten komen.
Patrick Lachaert van de Open VLD vroeg om inzake de handhaving van het
afkoppelen de Raad voor Milieuhandhaving (voor kleine misdrijven) en het
parket (voor grote) een kans te geven.
Jan
Peumans (N-VA) en Dirk Peeters (Groen!) zien evenwel meer in
gewestelijke administratieve sancties (betaalboetes), die - als ze
zonder gevolg blijven - kunnen uitlopen in een gerechtelijke
veroordeling. Bart Martens van sp.a stelt dat sancties en boetes geen
doel op zich mogen zijn (als inkomsten), maar gekoppeld moeten worden
aan subsidies voor wie moet afkoppelen. In beide gevallen moet het
bedrag voldoende 'motiverend' zijn.
De
vraag wie de extra middelen moet ophoesten voor de aanleg en het
onderhoud van het riolerings- en afwateringsstelsel, verdeelt het panel
in meerderheid en oppositie. Erik Matthijs (CD&V) en Patrick
Lachaert stellen dat Vlaanderen al heel veel inspanningen levert en dat
het nu aan de gemeenten is om hiervoor in hun algemene middelen te
graaien. Gemeenten moeten rioleringen als een prioriteit beschouwen en
een degelijk meerjarenplan (laten) opmaken.
Zo
kunnen ze volgens Lachaert de kosten zo spreiden dat hun andere
prioriteiten niet in het gedrang komen. Martens ziet dan weer heil in
nieuwe heffingen op vermijdbare hemelwaterafvoer (gecombineerd met
premies voor buffering) en meer heffingen bij bedrijven. Matthijs pleit
ervoor af te stappen van de financiering per project en over te gaan
naar programmafinanciering, wat de lange procedures per project zou
kunnen verkorten.
Ten
slotte mocht het panel nog antwoorden op de vraag waarom het zolang
duurt om zaken als buffering en keuring in uitvoeringsbesluiten te
gieten. "Daar zat het grond- en pandenbeleid in de weg",
antwoordde Lachaert. "Dat had absolute prioriteit voor minister Van
Mechelen. Nu dat decreet goedgekeurd is, wordt voortgewerkt aan o.m.
keuring en buffering, waar een breed draagvlak voor bestaat, zowel bij
de politici als bij de bevolking."
Vlario-directeur
Wendy Francken hoopt die zaken al tegen de volgende Vlario-dag
gerealiseerd te zien. Enkele partijprogramma's voor de komende
verkiezingen bevatten alvast waardevolle aanzetten, maar het is
afwachten of die elementen ook het regeerakkoord halen.
Kurio,
de belangenvereniging die kunststofleidingsystemen promoot, gaf dit jaar
geen attentie aan de deelnemers aan de Vlariodag. Eerder was dat een
gadget, vorig jaar werden zelfs twee plasma-tv's verloot. Omdat de
Vlariodag in het teken stond van duurzaamheid, besloot Kurio geld in te
zamelen voor waterpompen voor scholen in Togo. Elke deelnemer die de
geschenkstrook inleverde, gaf 5 EUR aan het project. Kurio-voorzitter
Herman Reniers mocht bij het afsluiten van de Vlariodag een cheque van
2.685 EUR, goed voor drie waterpompinstallaties, overhandigen aan Plan
België.
(bron:
Bouwkroniek)
|