wegenbouw.be portaalsite voor de sector

  artikel  dd. 30/04/2009   

 

'Gemeenten moeten zelf extra investeren in rioleringen'

In de rioleringssector moet dringend meer geïnvesteerd worden om de grote achterstand van ons land op de Europese richtlijnen in te lopen. Bovendien moeten de bestaande rioleringen tijdig vernieuwd worden zodat ze binnenkort niet systematisch gaan instorten. Alleen al het vermijden van dit debacle vergt een verdubbeling van de huidige investeringen.

Het aansluiten van alle riolen op de zuiveringsinstallaties én het onderhouden van de bestaande riolen kunnen zorgen voor 10.000 jobs, 20 jaar lang. Twee Vlaamse meerderheidspartijen geven aan dat de extra investeringen in de eerste plaats uit de algemene middelen van de lokale overheden zullen moeten komen, terwijl Vlario liever de gewestelijke bijdrage verhoogd ziet. Dat was te horen op de Vlario-dag in Antwerpen.

Vlario, het overlegplatform voor de riolerings- en afvalwaterzuiveringssector in Vlaanderen, stelt vast dat de uitbouw van de rioleringsinfrastructuur zeer langzaam vooruitgaat. Op dit moment is 13% van de bewoners nog niet aangesloten op riolering en zelfs 30% niet op zuivering. Ook het onderhouden en vervangen van bestaande riolering gebeurt voornamelijk ad hoc waardoor dit vaak te laat gebeurt, wat doorgaans ook duurder is (vervangen is duurder dan herstellen).

Er is een inhaalbeweging noodzakelijk, enerzijds om de Europese richtlijnen te halen en anderzijds om de huidige stelsels op peil te houden. Om daartoe te komen, moeten eerst de knelpunten worden aangepakt inzake de ingewikkelde en ondermaatse financiering en inzake de moeilijke administratief-technische afhandeling van de projecten.

De uitbouw (350 miljoen EUR/jaar) wordt gefinancierd met de subsidie van 120 miljoen EUR per jaar en voor de komende zeven jaren vindt er een overdracht van 100 miljoen EUR per jaar plaats van gemeentelijke projecten aan Aquafin. Dit resulteert in een tekort van 130 miljoen EUR per jaar. De oplossing hiervoor is volgens Vlario het invoeren van een vermijdbare hemelwaterheffing, zowel voor het openbaar als privé-domein. Het principe is dat wie hemelwater ter plekke houdt deze heffing niet betaalt.

De vervangingsinvesteringen en onderhoud (500 miljoen EUR/jaar) moeten gefinancierd worden door de saneringsbijdrage die via de drinkwaterfactuur wordt geïnd. Maar zelfs rekening houdend met het maximale tarief dat geïnd kan worden, blijft er een structureel tekort van 200 miljoen EUR. De oplossingen zijn hier enerzijds de saneringsbijdrage verhogen tot een realistisch plafond of structurele tussenkomsten voorzien vanuit de algemene middelen.

Iedereen weet dat de huidige beschikbare middelen niet volstaan en toch int nog niet de helft van de Vlaamse gemeenten de maximale saneringsbijdrage. Hiermee zou jaarlijks meer dan 100 miljoen EUR rechtstreeks extra beschikbaar zijn.

Op gemeentelijk vlak is er de komende 20 jaar een behoefte van 850 miljoen EUR per jaar. Enerzijds is er bijna 7 miljard EUR nodig of 350 miljoen EUR per jaar gedurende 20 jaar voor de uitbouw van het stelsel en anderzijds ongeveer 500 miljoen EUR per jaar voor het beheer van het bestaande stelsel (reinigen, inspecteren en herstellen).

De rioolbeheerders beschikken enerzijds over de subsidies van de Vlaamse overheid voor een bedrag van 120 miljoen EUR per jaar en anderzijds over de saneringsbijdrage en vergoeding die in 2008 samen 168 miljoen EUR opleverden. Vlario merkt net als Vlaams milieuminister Crevits op dat deze beide inkomstenbronnen niet maximaal werden benut.

"De gemeenten kunne via de eengemaakte waterfactuur jaarlijks zowat 300 miljoen EUR innen voor hun waterzuiveringsinfrastructuur", becijferde ze aan de vooravond van de Vlariodag. Crevits herinnert er de sector ook aan dat er nooit eerder zoveel werd geïnvesteerd in waterzuivering en dat de eerste resultaten al zichtbaar zijn op het terrein, met vis in de Leie en de Zenne. "We willen de beschikbare middelen zo snel en efficiënt mogelijk inzetten, maar we kunnen ook niet alle straten tegelijk opbreken", besluit ze. Momenteel bedraagt de gemiddelde doorlooptijd van een rioleringsproject 6 tot 7 jaar. Dit is veel te lang voor Vlario. Hiervoor moeten verschillende oorzaken worden aangepakt en dit is de verantwoordelijkheid van alle partijen, zowel gemeenten, gemeentelijke rioolbeheerders, gewest als studiebureaus.

Ondertussen zorgt Vlario ervoor dat alles administratief een beetje vlotter kan verlopen. Werkgroep 5 van Vlario stelt tekstvoorstellen op voor de hoofdstukken III, VII en IX van het Standaardbestek 250. Er moeten bestekteksten opgemaakt worden voor buffer- en infiltratievoorzieningen, er moeten aanbevelingen komen inzake ontwerp en aanleg van rioleringsstelsels en inzake keuringen op gestabiliseerde aanvullingen. Werkgroep 8 werkt aan een typebestek voor het aanleggen van een gravitaire leiding via doorpersing.

Carlo Bollen van de deelwerkgroep Keuring van Vlario geeft aan in welke richting de keuring van de gescheiden afvoer van gebouwen zou kunnen evolueren. Vooralsnog moet de hemel- en afvalwaterafvoer nog niet gekeurd worden, omdat daarover nog geen decreet of uitvoeringsbesluiten bestaan, wel al een resolutie van het Vlaamse parlement.

Toch is zo'n keuring wenselijk, omdat gemiddeld 5% verkeerde aansluitingen (vuilwater op hemelwater) vastgesteld worden. De keuring zou volgens Bollen moeten gelden voor elk nieuwbouw en verharding en elke verbouwing waarbij het vermoeden bestaat dat de afwatering wordt aangepast. Hier zou de keuring van de plannen moeten samenvallen met de bouwvergunning, zodat administraties niet eerst de bouwvergunning goedkeuren en daarna de afwatering afkeuren. Ook zou er een keuring moeten zijn van elk bestaand gebouw dat heraangesloten wordt op een gescheiden riolering.

Voor de keuringen die samenvallen met een bouwvergunning, denkt Bollen dat kan samengewerkt worden met de keuringen van bv. drinkwater en gas, waarvoor evenwel nog geen wettelijke regeling bestaat. De Vlario-werkgroep heeft ook al ideeën hoe de keuring vooraf en ter plaatse kan uitgevoerd worden, o.m. via een rooktest, stootcamera of pH-meting. De particulier moet zijn bouwaanvraag ter beschikking houden, facturen en foto's van de hemelwaterput en/of infiltratievoorziening bijhouden en een as-builtplan kunnen voorleggen.

Christophe Claeys van de VVSG stelde op de Vlariodag dat er geen handhaving mag zijn zonder dat eerst een draagvlak gecreëerd wordt. "Dat draagvlak kan er komen door communicatie van gemeenten en Gewest, door individuele begeleiding en door subsidies. Enkel de gemeente Herent heeft vóór de invoering van het Lokaal Pact - dat de invoering van nieuwe gemeentelijke belastingen verbiedt tot eind 2009 - een gemeentebelasting ingevoerd voor het niet maximaal afkoppelen in door de gemeente vastgelegde projecten. Deze belasting bedraagt in Herent 1.500 EUR per jaar. Daarbij moet wel vermeld worden dat deze gemeente de volledige afkoppelingskost van de particulier betaalt", duidt Claeys.

Op dit moment kunnen lokale besturen hun Vlaamse subsidie voor afkoppelingsprojecten kwijtspelen als een bepaald aandeel van de gebouwen langs het traject geen gescheiden afvoer heeft. Door het opmaken van een proces-verbaal per geval zou zo'n gemeente alsnog aanspraak kunnen maken op de subsidie, als ook vooraf voldoende gecommuniceerd werd over de verplichtingen en de mogelijke sancties, oppert Christophe Claeys.

Andere sprekers op de Vlariodag waren Christophe Boogaerts van de Vlaamse Milieumaatschappij, die inzake rioolbeheer de verschillen in kosten, investeringen en opbrengsten vergeleek tussen de provincies en tussen steden en gemeenten, en zijn collega Greet Timmermans die een terugblik gaf op een decennium subsidies voor gemeentelijke rioleringen.

Uit haar uiteenzetting onthouden we vooral dat een deel van de budgetten ongebruikt blijft omdat sommige dossiers waarvoor reeds een budget werd toegekend een eerder 'slapend' bestaan kennen na een eerste afkeuring, o.m. omdat er geen termijn staat op het herindienen van afgekeurde dossiers. Die 'slapende' budgetten kunnen intussen niet naar andere projecten gaan.

Een panel van vijf politici kreeg op de Vlariodag enkele hot items voorgeschoteld, zoals de handhaving, de prioriteit die de partijen geven aan riolering en de vraag waar de extra middelen vandaan moeten komen. Patrick Lachaert van de Open VLD vroeg om inzake de handhaving van het afkoppelen de Raad voor Milieuhandhaving (voor kleine misdrijven) en het parket (voor grote) een kans te geven.

Jan Peumans (N-VA) en Dirk Peeters (Groen!) zien evenwel meer in gewestelijke administratieve sancties (betaalboetes), die - als ze zonder gevolg blijven - kunnen uitlopen in een gerechtelijke veroordeling. Bart Martens van sp.a stelt dat sancties en boetes geen doel op zich mogen zijn (als inkomsten), maar gekoppeld moeten worden aan subsidies voor wie moet afkoppelen. In beide gevallen moet het bedrag voldoende 'motiverend' zijn.

De vraag wie de extra middelen moet ophoesten voor de aanleg en het onderhoud van het riolerings- en afwateringsstelsel, verdeelt het panel in meerderheid en oppositie. Erik Matthijs (CD&V) en Patrick Lachaert stellen dat Vlaanderen al heel veel inspanningen levert en dat het nu aan de gemeenten is om hiervoor in hun algemene middelen te graaien. Gemeenten moeten rioleringen als een prioriteit beschouwen en een degelijk meerjarenplan (laten) opmaken.

Zo kunnen ze volgens Lachaert de kosten zo spreiden dat hun andere prioriteiten niet in het gedrang komen. Martens ziet dan weer heil in nieuwe heffingen op vermijdbare hemelwaterafvoer (gecombineerd met premies voor buffering) en meer heffingen bij bedrijven. Matthijs pleit ervoor af te stappen van de financiering per project en over te gaan naar programmafinanciering, wat de lange procedures per project zou kunnen verkorten.

Ten slotte mocht het panel nog antwoorden op de vraag waarom het zolang duurt om zaken als buffering en keuring in uitvoeringsbesluiten te gieten. "Daar zat het grond- en pandenbeleid in de weg", antwoordde Lachaert. "Dat had absolute prioriteit voor minister Van Mechelen. Nu dat decreet goedgekeurd is, wordt voortgewerkt aan o.m. keuring en buffering, waar een breed draagvlak voor bestaat, zowel bij de politici als bij de bevolking."

Vlario-directeur Wendy Francken hoopt die zaken al tegen de volgende Vlario-dag gerealiseerd te zien. Enkele partijprogramma's voor de komende verkiezingen bevatten alvast waardevolle aanzetten, maar het is afwachten of die elementen ook het regeerakkoord halen.

Kurio, de belangenvereniging die kunststofleidingsystemen promoot, gaf dit jaar geen attentie aan de deelnemers aan de Vlariodag. Eerder was dat een gadget, vorig jaar werden zelfs twee plasma-tv's verloot. Omdat de Vlariodag in het teken stond van duurzaamheid, besloot Kurio geld in te zamelen voor waterpompen voor scholen in Togo. Elke deelnemer die de geschenkstrook inleverde, gaf 5 EUR aan het project. Kurio-voorzitter Herman Reniers mocht bij het afsluiten van de Vlariodag een cheque van 2.685 EUR, goed voor drie waterpompinstallaties, overhandigen aan Plan België.

  

(bron: Bouwkroniek)