wegenbouw.be portaalsite voor de sector

  artikel  dd. 31/10/2008   

 

Verplichte traceerbaarheidsprocedure voor iedere tussentijdse opslagplaats

Een belangrijk aspect van het nieuwe Vlarebo betreft het feit dat iedere tussentijdse opslagplaats van uitgegraven bodem zeer duidelijk verplicht wordt te werken conform een traceerbaarheidssysteem van een erkende bodembeheerorganisatie. 

Art. 201 van het nieuwe Vlarebo vermeldt namelijk zeer duidelijk: 'de niet-erkende tussentijdse opslagplaats of het niet-erkende grondreinigingscentrum volgt een procedure die een erkende bodembeheerorganisatie in staat stelt uitgegraven bodem, waarvoor de opmaak van een technisch verslag verplicht is, te traceren.' 

In de praktijk worden aldus alle tussentijdse opslagplaatsen en grondreinigingscentra die zelf geen bodembeheerrapporten mogen afleveren (dit kan enkel door de erkende sites) verplicht worden te werken conform een traceerbaarheidssysteem van een erkende bodembeheerorganisatie. Dit geldt uiteraard eveneens voor alle bedrijfsgebonden tussentijdse opslagplaatsen, alsook de stedelijke / gemeentelijke tussentijdse opslagplaatsen.

   

(bron Bouwunie)