|
Een
belangrijk aspect van het nieuwe Vlarebo betreft het feit dat iedere
tussentijdse opslagplaats van uitgegraven bodem zeer duidelijk verplicht
wordt te werken conform een traceerbaarheidssysteem van een erkende
bodembeheerorganisatie.
Art.
201 van het nieuwe Vlarebo vermeldt namelijk zeer duidelijk: 'de
niet-erkende tussentijdse opslagplaats of het niet-erkende
grondreinigingscentrum volgt een procedure die een erkende
bodembeheerorganisatie in staat stelt uitgegraven bodem, waarvoor de
opmaak van een technisch verslag verplicht is, te traceren.'
In
de praktijk worden aldus alle tussentijdse opslagplaatsen en
grondreinigingscentra die zelf geen bodembeheerrapporten mogen afleveren
(dit kan enkel door de erkende sites) verplicht worden te werken conform
een traceerbaarheidssysteem van een erkende bodembeheerorganisatie. Dit
geldt uiteraard eveneens voor alle bedrijfsgebonden tussentijdse
opslagplaatsen, alsook de stedelijke / gemeentelijke tussentijdse
opslagplaatsen.
(bron
Bouwunie)
|