wegenbouw.be portaalsite voor de sector

  artikel  dd. 31/07/2008   

 

VLAWEBO Vlaams-Brabant zomerlunch

Heldere communicatie over en een goede coördinatie van wegenwerken zijn uiterst belangrijk en werken met resultaatsverbintenissen komt zowel aannemers als de overheid en de bevolking ten goede. Dat verklaarde ir. Chris Caestecker, administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) van de Vlaamse overheid, op zondag 29 juni tijdens de zomerlunch van VlaWeBo Vlaams-Brabant in restaurant-salons Lassaut in Holsbeek.

Bijna zestig genodigden doorliepen er in een prachtig kader een uitstekend culinair parcours, overgoten met een fris muzikaal sausje door het Vilvoordse combo Op ’t Goevallend Oeit dat wel duidelijk van geen wijken wilde weten.

Herman Dekempeneer, voorzitter van de Confederatie Bouw Vlaams-Brabant en van VlaWeBo Brabant, legt uit dat deze zomerlunch de tiende verjaardag van VlaWeBo Brabant in de kijker wil zetten. Hij bedankt ook uitdrukkelijk Frans Venstermans, afdelingshoofd van Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant, en burgemeesters André Peeters van Aarschot en Jean-Pierre De Groef van Machelen voor hun aanwezigheid.

Ir. Chris Caestecker vormde de gedroomde gastspreker. De West-Vlaming was van 1985 tot 2005 afdelingshoofd van Vlaams-Brabant vooraleer hij in 2005 administrateur-generaal werd van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en deze provincie ligt hem duidelijk nog na aan het hart. Hij overloopt de langetermijnprojecten van AWV, één van de grootste agentschappen in de Vlaamse overheid, omdat deze ook hun impact zullen hebben in Vlaams-Brabant.

“Na jaren waarin het onderhoud en de aanleg van wegen een minder belangrijke prioriteit bleek voor het beleid wordt opnieuw geïnvesteerd in het wegennetwerk. Het is zelfs geleden van de jaren ’60 en ’70 van vorige eeuw dat nog zo zwaar werd geïnvesteerd in de weginfrastructuur. In tegenstelling tot veertig jaar geleden, toen de wegen gebouwd werden, wordt vandaag bewust gekozen voor projecten die de capaciteit van de bestaande wegen doen toenemen. Dat willen we doen door de knelpunten en de ontbrekende schakels in het wegennetwerk aan te pakken”, signaleert ir. Chris Caestecker.

Hij merkt op dat in het kader van het Strategisch Actieplan voor de Reconversie en Tewerkstelling in de luchthavenregio (START) in Vlaams-Brabant vier projecten worden uitgewerkt die passen in het ‘missing links’-concept: de splitsing van de R0 Zone Zaventem door de uitbouw van rangeerbanen tussen de verkeerswisselaar met de A3/E40 in Sint-Stevens-Woluwe en de verkeerswisselaar met de A1/E19 in Machelen, met aansluiting van de R22 Woluwelaan; de splitsing van de R0-Noord door de uitbouw van de rangeerbanen tussen de verkeerswisselaar met de A12 in Strombeek-Bever en de verkeerswisselaar met de A10/E40 in Groot-Bijgaarden en de aanleg van een vierde rijstrook tussen het viaduct van Vilvoorde en de verkeerswisselaar met de A12 in Strombeek-Bever; het optimaliseren van de noordelijke wegontsluiting van de luchthaven door de aanleg van het op- en afrittencomplex nummer 12 op de A1/E19 in Machelen en de bouw van een fly-over vanaf het op- en afrittencomplex tot de site Cargo (werken in uitvoering); en de noodzakelijke bouw van een nieuw op- en afrittencomplex in het kader van de ombouw van de A12 tot een volwaardige autosnelweg, waardoor ook het toekomstige bedrijventerrein Meise-Westrode beter bereikbaar wordt voor het verkeer. De verkeerslichten op het huidige gevaarlijke kruispunt verdwijnen.

“Voor de uitvoering van infrastructuurwerken in Vlaams-Brabant is in de begroting van dit jaar in totaal 65.725.000 EUR voorzien. Voeg daarbij 19 miljoen EUR voor onderhoud, 3 miljoen EUR voor doorstroming, 20 miljoen EUR voor zwarte punten en 10 miljoen EUR subsidies voor fietspaden en je bekomt een totaalbedrag van 117 miljoen EUR. Deze werken zullen de files niet doen verdwijnen, maar ze zullen wel de verkeersdoorstroming verbeteren en bepaalde knelpunten in de infrastructuur ontlasten”, weet de administrateur-generaal van AWV.

 

Veiligheid

Behalve het optimaliseren van de weginfrastructuur noemt hij het verbeteren van de veiligheid van de (vooral zwakke) weggebruiker een afdoende reden waarom opnieuw fors wordt geïnvesteerd in het wegennetwerk. Als fietsers of voetgangers het slachtoffer worden van verkeersongevallen, veroorzaakt dit hevige emoties bij het publiek.

Wanneer blijkt dat het ongeval indirect geheel of gedeeltelijk te wijten zou kunnen zijn aan een onaangepaste weginfrastructuur, wordt met een beschuldigende vinger naar de overheid gewezen. Op bepaalde plaatsen gebeuren inderdaad opvallend veel ongevallen, zo blijkt uit de ongevallenstatistieken.

“Daarom werd in 2003 het project ‘Wegwerken van gevaarlijke punten’ gestart. Vijf jaar lang stelt de overheid 100 miljoen EUR ter beschikking om 800 zwarte punten aan te pakken. Van de 129 van deze gevaarlijke punten die in Vlaams-Brabant liggen, werden er intussen 39 of één op de drie volledig uitgevoerd. Normaliter zouden in deze provincie tegen eind dit jaar nog een twintigtal projecten afgerond moeten zijn”, blikt Chris Caestecker vooruit.

Hij beseft dat wegenwerken een ernstige bron van ergernis vormen voor vele weggebruikers en omwonenden. “Wegenwerken uitvoeren zonder hinder te veroorzaken, is helaas onmogelijk.

Maar kunnen we het de mensen kwalijk nemen wanneer ze boos worden als werken uitgevoerd worden zonder dat ze daar iets over wisten, als hun straat in een tijdsspanne van enkele maanden twee of drie keer opgebroken wordt of wanneer op de uitgetekende wegomleiding het verkeer nog een keer omgeleid wordt, een omleiding in het kwadraat als het ware?

Daarom moeten we maatregelen nemen om onnodige hinder te vermijden. Hiertoe werd in 2007 het Coördinatiepunt Wegenwerken opgericht. Via www.wegenwerken.be kunnen aannemers, bouwheren, weggebruikers, … nagaan welke wegenwerken gepland zijn of uitgevoerd zullen worden.

Alle werken waarbij het Vlaamse Gewest betrokken is, zijn in het systeem ingevoerd. Het is de bedoeling dat ook gemeenten en later zelfs nutsmaatschappijen hun geplande werken invoeren in het systeem.

Door alle informatie over wegenwerken te centraliseren, willen we niet alleen beter informeren, maar opdrachtgevers van wegenwerken ook een instrument in handen geven om de werken beter op elkaar af te stemmen. Meer informatie en een betere coördinatie zijn immers de middelen om heel wat onvrede over de hinder van wegenwerken te ontzenuwen”, meent de administrateur-generaal van AWV.

Ook inzake het onderhoud van wegen verkent zijn agentschap nieuwe denksporen. Vandaag worden elk jaar liefst 250 onderhoudscontracten gesloten, wat een enorme administratie met zich brengt. Vooraleer een contract kan gesloten worden, moet eerst een aanbesteding gebeuren en voor elke aanbesteding moet een afzonderlijk bestek worden opgemaakt. “En hier stelt zich al meteen het eerste probleem: omdat bestekken vaak geschreven worden in functie van één bepaald gebied, is ieder bestek verschillend. Van dit gebrek aan uniformiteit maken aannemers handig gebruik om ons tegen elkaar uit te spelen. Dit leidt elk jaar opnieuw tot dezelfde discussies die nooit iets opleveren. Ons agentschap zoekt dan ook nieuwe methodes om het onderhoud anders en efficiënt te organiseren”, verklaart Caestecker.

Resultaatsverbintenissen vormen volgens hem een succesvolle werkwijze om de kwaliteit van het onderhoud te verbeteren.

“Tot nu toe wordt vooral gewerkt met middelenverbintenissen waarin wij als opdrachtgever alle technische details vastleggen die de aannemers dan moeten opvolgen. Bij middelenverbintenissen kunnen wij alleen controles uitvoeren tijdens de werken, waardoor het voor ons niet altijd mogelijk is om de kwaliteit van het geleverde werk correct in te schatten."

"Bij resultaatsverbintenissen daarentegen wordt de aannemer verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg en controleren wij alleen het eindresultaat. Ik ben er dan ook van overtuigd dat werken met resultaatsverbintenissen een win-win-win-situatie oplevert: aannemers krijgen de vrijheid om hun werk naar eigen inschatten te plannen en uit te voeren, wij kunnen ons als opdrachtgever volledig concentreren op de kwaliteitscontrole en de bevolking geniet van goed onderhouden wegen”, meent de administrateur-generaal van AWV.

 

Rijkswaterstaat

Zijn agentschap liet zich voor deze nieuwe benadering wel inspireren door voorbeelden uit het buitenland en wisselde voor de uitwerking van deze projecten voortdurend informatie uit met Rijkswaterstaat in Nederland en de Highways Agency in Groot-Brittannië. Behalve een groeiende voorkeur voor resultaatsverbintenissen stelt het in het buitenland tevens een tendens tot schaalvergroting vast. Ook in Vlaanderen worden de eerste stappen in die richting gezet.

“Een dergelijke vernieuwing moet uiteraard geleidelijk gebeuren. In een eerste fase willen we het aantal nieuwe aanbestedingen beperken door de opdrachten zoveel mogelijk te clusteren. In 2009 zal dan in vijf districten (één per afdeling, waarbij in Vlaams-Brabant het district Leuven werd geselecteerd) gewerkt worden met één volledig geclusterde middelenverbintenis. Uiteindelijk moeten we komen tot één geclusterde resultaatsverbintenis per district”, oppert Caestecker. Eerder deze week overlegde hij overigens met een aantal aannemers van wegenwerken over dit probleem.

De administrateur-generaal van AWV hecht duidelijk erg veel belang aan kwaliteit en juicht dan ook toe dat zijn agentschap grote kans maakt om weldra met het ISO 9001-2000-certificaat te pronken.

“Alle procedures die in het agentschap toegepast worden, moesten uitgeschreven worden. Dat was een reusachtig maar noodzakelijk werk, want op basis van deze beschrijvingen kunnen wij nagaan waar iets fout loopt en kunnen we bijsturen. Ik beschouw dit ISO-label als een vorm van officiële erkenning van het feit dat kwaliteit belangrijk is voor het Agentschap Wegen en Verkeer."

"Bovendien is dit label de beste garantie dat die kwaliteit gehandhaafd en zelfs verbeterd wordt. Een ISO-certificaat kan immers altijd ingetrokken worden als tijdens controles zou blijken dat de ISO-normen niet langer gehaald worden. Als AWV het ISO-certificaat behaalt, zouden wij één van de weinige agentschappen en misschien zelfs het enige agentschap in de Vlaamse overheid zijn waarvan de werking van alle afdelingen ISO-conform verklaard is. Dit is zonder meer een prachtprestatie”, glundert Chris Caestecker.

Hij nodigt tevens alle aanwezigen uit op het Belgische Wegencongres van 22 tot 25 september 2009 in het ICC van Gent, dat de Belgische Wegenvereniging voor de 21ste keer organiseert en dat hij zelf voorzit.

Alle belangrijke spelers inzake wegeninfrastructuur (overheden, studiebureaus, belangenverenigingen en uiteraard ook aannemers) krijgen er een boeiend programma aangeboden waarin het wegenvraagstuk vanuit verschillende invalshoeken wordt benaderd. Voor de partners wordt een alternatief programma uitgewerkt.

 

 

(bron: Bouwkroniek)