|
Heldere
communicatie over en een goede coördinatie van wegenwerken zijn uiterst
belangrijk en werken met resultaatsverbintenissen komt zowel aannemers
als de overheid en de bevolking ten goede. Dat verklaarde ir. Chris
Caestecker, administrateur-generaal van het Agentschap Wegen en Verkeer
(AWV) van de Vlaamse overheid, op zondag 29 juni tijdens de zomerlunch
van VlaWeBo Vlaams-Brabant in restaurant-salons Lassaut in Holsbeek.
Bijna
zestig genodigden doorliepen er in een prachtig kader een uitstekend
culinair parcours, overgoten met een fris muzikaal sausje door het
Vilvoordse combo Op ’t Goevallend Oeit dat wel duidelijk van geen
wijken wilde weten.
Herman
Dekempeneer, voorzitter van de Confederatie Bouw Vlaams-Brabant en van
VlaWeBo Brabant, legt uit dat deze zomerlunch de tiende verjaardag van
VlaWeBo Brabant in de kijker wil zetten. Hij bedankt ook uitdrukkelijk
Frans Venstermans, afdelingshoofd van Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant,
en burgemeesters André Peeters van Aarschot en Jean-Pierre De Groef van
Machelen voor hun aanwezigheid.
Ir.
Chris Caestecker vormde de gedroomde gastspreker. De West-Vlaming was
van 1985 tot 2005 afdelingshoofd van Vlaams-Brabant vooraleer hij in
2005 administrateur-generaal werd van het Agentschap Wegen en Verkeer
(AWV) en deze provincie ligt hem duidelijk nog na aan het hart. Hij
overloopt de langetermijnprojecten van AWV, één van de grootste
agentschappen in de Vlaamse overheid, omdat deze ook hun impact zullen
hebben in Vlaams-Brabant.
“Na
jaren waarin het onderhoud en de aanleg van wegen een minder belangrijke
prioriteit bleek voor het beleid wordt opnieuw geïnvesteerd in het
wegennetwerk. Het is zelfs geleden van de jaren ’60 en ’70 van
vorige eeuw dat nog zo zwaar werd geïnvesteerd in de weginfrastructuur.
In tegenstelling tot veertig jaar geleden, toen de wegen gebouwd werden,
wordt vandaag bewust gekozen voor projecten die de capaciteit van de
bestaande wegen doen toenemen. Dat willen we doen door de knelpunten en
de ontbrekende schakels in het wegennetwerk aan te pakken”, signaleert
ir. Chris Caestecker.
Hij
merkt op dat in het kader van het Strategisch Actieplan voor de
Reconversie en Tewerkstelling in de luchthavenregio (START) in
Vlaams-Brabant vier projecten worden uitgewerkt die passen in het
‘missing links’-concept: de splitsing van de R0 Zone Zaventem door
de uitbouw van rangeerbanen tussen de verkeerswisselaar met de A3/E40 in
Sint-Stevens-Woluwe en de verkeerswisselaar met de A1/E19 in Machelen,
met aansluiting van de R22 Woluwelaan; de splitsing van de R0-Noord door
de uitbouw van de rangeerbanen tussen de verkeerswisselaar met de A12 in
Strombeek-Bever en de verkeerswisselaar met de A10/E40 in
Groot-Bijgaarden en de aanleg van een vierde rijstrook tussen het
viaduct van Vilvoorde en de verkeerswisselaar met de A12 in
Strombeek-Bever; het optimaliseren van de noordelijke wegontsluiting van
de luchthaven door de aanleg van het op- en afrittencomplex nummer 12 op
de A1/E19 in Machelen en de bouw van een fly-over vanaf het op- en
afrittencomplex tot de site Cargo (werken in uitvoering); en de
noodzakelijke bouw van een nieuw op- en afrittencomplex in het kader van
de ombouw van de A12 tot een volwaardige autosnelweg, waardoor ook het
toekomstige bedrijventerrein Meise-Westrode beter bereikbaar wordt voor
het verkeer. De verkeerslichten op het huidige gevaarlijke kruispunt
verdwijnen.
“Voor
de uitvoering van infrastructuurwerken in Vlaams-Brabant is in de
begroting van dit jaar in totaal 65.725.000 EUR voorzien. Voeg daarbij
19 miljoen EUR voor onderhoud, 3 miljoen EUR voor doorstroming, 20
miljoen EUR voor zwarte punten en 10 miljoen EUR subsidies voor
fietspaden en je bekomt een totaalbedrag van 117 miljoen EUR. Deze
werken zullen de files niet doen verdwijnen, maar ze zullen wel de
verkeersdoorstroming verbeteren en bepaalde knelpunten in de
infrastructuur ontlasten”, weet de administrateur-generaal van AWV.
Veiligheid
Behalve
het optimaliseren van de weginfrastructuur noemt hij het verbeteren van
de veiligheid van de (vooral zwakke) weggebruiker een afdoende reden
waarom opnieuw fors wordt geïnvesteerd in het wegennetwerk. Als
fietsers of voetgangers het slachtoffer worden van verkeersongevallen,
veroorzaakt dit hevige emoties bij het publiek.
Wanneer
blijkt dat het ongeval indirect geheel of gedeeltelijk te wijten zou
kunnen zijn aan een onaangepaste weginfrastructuur, wordt met een
beschuldigende vinger naar de overheid gewezen. Op bepaalde plaatsen
gebeuren inderdaad opvallend veel ongevallen, zo blijkt uit de
ongevallenstatistieken.
“Daarom
werd in 2003 het project ‘Wegwerken van gevaarlijke punten’ gestart.
Vijf jaar lang stelt de overheid 100 miljoen EUR ter beschikking om 800
zwarte punten aan te pakken. Van de 129 van deze gevaarlijke punten die
in Vlaams-Brabant liggen, werden er intussen 39 of één op de drie
volledig uitgevoerd. Normaliter zouden in deze provincie tegen eind dit
jaar nog een twintigtal projecten afgerond moeten zijn”, blikt Chris
Caestecker vooruit.
Hij
beseft dat wegenwerken een ernstige bron van ergernis vormen voor vele
weggebruikers en omwonenden. “Wegenwerken uitvoeren zonder hinder te
veroorzaken, is helaas onmogelijk.
Maar
kunnen we het de mensen kwalijk nemen wanneer ze boos worden als werken
uitgevoerd worden zonder dat ze daar iets over wisten, als hun straat in
een tijdsspanne van enkele maanden twee of drie keer opgebroken wordt of
wanneer op de uitgetekende wegomleiding het verkeer nog een keer
omgeleid wordt, een omleiding in het kwadraat als het ware?
Daarom
moeten we maatregelen nemen om onnodige hinder te vermijden. Hiertoe
werd in 2007 het Coördinatiepunt Wegenwerken opgericht. Via www.wegenwerken.be
kunnen aannemers, bouwheren, weggebruikers, … nagaan welke wegenwerken
gepland zijn of uitgevoerd zullen worden.
Alle
werken waarbij het Vlaamse Gewest betrokken is, zijn in het systeem
ingevoerd. Het is de bedoeling dat ook gemeenten en later zelfs
nutsmaatschappijen hun geplande werken invoeren in het systeem.
Door
alle informatie over wegenwerken te centraliseren, willen we niet alleen
beter informeren, maar opdrachtgevers van wegenwerken ook een instrument
in handen geven om de werken beter op elkaar af te stemmen. Meer
informatie en een betere coördinatie zijn immers de middelen om heel
wat onvrede over de hinder van wegenwerken te ontzenuwen”, meent de
administrateur-generaal van AWV.
Ook
inzake het onderhoud van wegen verkent zijn agentschap nieuwe
denksporen. Vandaag worden elk jaar liefst 250 onderhoudscontracten
gesloten, wat een enorme administratie met zich brengt. Vooraleer een
contract kan gesloten worden, moet eerst een aanbesteding gebeuren en
voor elke aanbesteding moet een afzonderlijk bestek worden opgemaakt.
“En hier stelt zich al meteen het eerste probleem: omdat bestekken
vaak geschreven worden in functie van één bepaald gebied, is ieder
bestek verschillend. Van dit gebrek aan uniformiteit maken aannemers
handig gebruik om ons tegen elkaar uit te spelen. Dit leidt elk jaar
opnieuw tot dezelfde discussies die nooit iets opleveren. Ons agentschap
zoekt dan ook nieuwe methodes om het onderhoud anders en efficiënt te
organiseren”, verklaart Caestecker.
Resultaatsverbintenissen
vormen volgens hem een succesvolle werkwijze om de kwaliteit van het
onderhoud te verbeteren.
“Tot
nu toe wordt vooral gewerkt met middelenverbintenissen waarin wij als
opdrachtgever alle technische details vastleggen die de aannemers dan
moeten opvolgen. Bij middelenverbintenissen kunnen wij alleen controles
uitvoeren tijdens de werken, waardoor het voor ons niet altijd mogelijk
is om de kwaliteit van het geleverde werk correct in te schatten."
"Bij
resultaatsverbintenissen daarentegen wordt de aannemer verantwoordelijk
voor het onderhoud van de weg en controleren wij alleen het
eindresultaat. Ik ben er dan ook van overtuigd dat werken met
resultaatsverbintenissen een win-win-win-situatie oplevert: aannemers
krijgen de vrijheid om hun werk naar eigen inschatten te plannen en uit
te voeren, wij kunnen ons als opdrachtgever volledig concentreren op de
kwaliteitscontrole en de bevolking geniet van goed onderhouden wegen”,
meent de administrateur-generaal van AWV.
Rijkswaterstaat
Zijn
agentschap liet zich voor deze nieuwe benadering wel inspireren door
voorbeelden uit het buitenland en wisselde voor de uitwerking van deze
projecten voortdurend informatie uit met Rijkswaterstaat in Nederland en
de Highways Agency in Groot-Brittannië. Behalve een groeiende voorkeur
voor resultaatsverbintenissen stelt het in het buitenland tevens een
tendens tot schaalvergroting vast. Ook in Vlaanderen worden de eerste
stappen in die richting gezet.
“Een
dergelijke vernieuwing moet uiteraard geleidelijk gebeuren. In een
eerste fase willen we het aantal nieuwe aanbestedingen beperken door de
opdrachten zoveel mogelijk te clusteren. In 2009 zal dan in vijf
districten (één per afdeling, waarbij in Vlaams-Brabant het district
Leuven werd geselecteerd) gewerkt worden met één volledig geclusterde
middelenverbintenis. Uiteindelijk moeten we komen tot één geclusterde
resultaatsverbintenis per district”, oppert Caestecker. Eerder deze
week overlegde hij overigens met een aantal aannemers van wegenwerken
over dit probleem.
De
administrateur-generaal van AWV hecht duidelijk erg veel belang aan
kwaliteit en juicht dan ook toe dat zijn agentschap grote kans maakt om
weldra met het ISO 9001-2000-certificaat te pronken.
“Alle
procedures die in het agentschap toegepast worden, moesten uitgeschreven
worden. Dat was een reusachtig maar noodzakelijk werk, want op basis van
deze beschrijvingen kunnen wij nagaan waar iets fout loopt en kunnen we
bijsturen. Ik beschouw dit ISO-label als een vorm van officiële
erkenning van het feit dat kwaliteit belangrijk is voor het Agentschap
Wegen en Verkeer."
"Bovendien
is dit label de beste garantie dat die kwaliteit gehandhaafd en zelfs
verbeterd wordt. Een ISO-certificaat kan immers altijd ingetrokken
worden als tijdens controles zou blijken dat de ISO-normen niet langer
gehaald worden. Als AWV het ISO-certificaat behaalt, zouden wij één
van de weinige agentschappen en misschien zelfs het enige agentschap in
de Vlaamse overheid zijn waarvan de werking van alle afdelingen
ISO-conform verklaard is. Dit is zonder meer een prachtprestatie”,
glundert Chris Caestecker.
Hij
nodigt tevens alle aanwezigen uit op het Belgische Wegencongres van 22
tot 25 september 2009 in het ICC van Gent, dat de Belgische
Wegenvereniging voor de 21ste keer organiseert en dat hij zelf voorzit.
Alle
belangrijke spelers inzake wegeninfrastructuur (overheden,
studiebureaus, belangenverenigingen en uiteraard ook aannemers) krijgen
er een boeiend programma aangeboden waarin het wegenvraagstuk vanuit
verschillende invalshoeken wordt benaderd. Voor de partners wordt een
alternatief programma uitgewerkt.
(bron:
Bouwkroniek)
|