|
Op
14 december 2007 keurde de Vlaamse Regering definitief het nieuwe
Vlarebo, inclusief de aangepaste grondverzetsregeling, goed. De nieuwe
regeling treedt in werking op 1 juni 2008.
Grondwijzer
vzw heeft een zeer actieve rol gespeeld bij het tot stand komen
van de nieuwe grondverzetsregeling en de bijhorende standaardprocedures
en codes van goede praktijk. Hierbij hebben we steeds gestreefd naar
administratieve reductie, eenvoud, flexibiliteit en transparantie,
zonder te raken aan het traceerbaarheidsprincipe.
Hieronder
willen we u alvast de belangrijkste krachtlijnen van de nieuwe
grondverzetsregeling meegeven. De belangrijkste wijzigingen op
procedureel vlak zijn:
-
Administratieve procedure volledig in wetgeving ingeschreven
-
Geen technisch verslag en bodembeheerrapport bij gebruik ter plaatse
-
Vereenvoudigde procedure voor afzet van gronden in kleine hoeveelheden
-
Afzonderlijke procedure voor afvoer naar tussentijdse opslagplaats of
centrum voor grondreiniging
De
belangrijkste wijzigingen op vlak van hergebruiksmogelijkheden zijn:
-
Vereenvoudigd toetsingskader bij algemeen gebruik als bodem
-
Meer flexibele invulling van een studie ontvangende grond
-
Flexibeler gebruik binnen de werf, door een meer praktische invulling
van het begrip 'kadastrale werkzone'
-
Mogelijkheid tot het afbakenen van zones voor gebruik ter plaatse, met
verregaande bijhorende administratieve reductie
-
Duidelijk vastgelegde gebruiksmogelijkheden als bouwkundig bodemgebruik
of vormvast product
-
Schudproef ter vervanging van de kolomproef Infosessies en opleidingen
door Grondwijzer vzw omtrent de nieuwe grondverzetregeling worden tevens
voorzien.
VERPLICHTE
TRACEERBAARHEIDSPROCEDURE VOOR IEDERE TUSSENTIJDSE OPSLAGPLAATS
Uit
het bovenstaande artikel blijkt dat er grondige wijzigingen aan de
grondverzetregeling zullen worden doorgevoerd. Een bijkomend belangrijk
aspect van het nieuwe Vlarebo betreft het feit dat iedere tussentijdse
opslagplaats van uitgegraven bodem zeer duidelijk verplicht wordt te
werken conform een traceerbaarheidssysteem van een erkende
bodembeheerorganisatie. Grondwijzer vzw zal u hierbij graag bijstaan.
Art.
201 van het nieuwe Vlarebo vermeldt zeer duidelijk: 'de niet-erkende
tussentijdse opslagplaats of het niet-erkende grondreinigingscentrum
volgt een procedure die een erkende bodembeheerorganisatie in staat
stelt uitgegraven bodem, waarvoor de opmaak van een technisch verslag
verplicht is, te traceren.' In de praktijk zullen aldus alle
tussentijdse opslagplaatsen en grondreinigingscentra die zelf geen
bodembeheerrapporten mogen afleveren (dit kan enkel door de erkende
sites) verplicht worden te werken conform een traceerbaarheidssysteem
van een erkende bodembeheerorganisatie. Dit geldt uiteraard eveneens
voor alle bedrijfsgebonden tussentijdse opslagplaatsen, alsook de
stedelijke / gemeentelijke tussentijdse opslagplaatsen. Grondwijzer vzw
raadt daarom aan dat bedrijven die nog geen traceerbaarheidssysteem
volgen, vanaf heden reeds de nodige voorbereidingen treffen.
|