|
Op
korte termijn is de bouwactiviteit gewaarborgd maar voor de langere
termijn is de situatie onzeker. Beslissend voor de komende jaren worden
de vijf miljard euro werken die de Vlaamse overheid wil laten uitvoeren
via publiek-private samenwerking (PPS). Voor een groot aantal van deze
projecten treedt de aanbestedingsprocedure in 2008 in een beslissende
fase. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) heeft berekend dat deze
projecten in totaal 5.000 bouwjobs opleveren en voor de uitvoerders van
infrastructuurwerken 8% van de omzet vertegenwoordigen. Vooral voor deze
firma’s is het belangrijk dat de geplande PPS-projecten erdoor komen.
Maar deze projecten zullen slechts succes kennen als de besturen erin
slagen duidelijke bestekken te schrijven, vooral voor het
langetermijnonderhoud. Op die voorwaarde zal PPS er zelfs zorgen dat de
nieuwe infrastructuur beter wordt onderhouden dan nu.
De vijf miljard euro aan PPS-projecten die de Vlaamse overheid momenteel
voorbereidt, leveren in totaal maar liefst 5.000 jobs op, waarvan
ongeveer 2.500 direct bij de bouwbedrijven zelf en circa 2.500 indirect
bij ontwerpers, leveranciers, materialenproducenten enz.
De projecten hebben voor 45% betrekking op infrastructuurwerken, voor
54% op niet-woongebouwen (vooral dan op schoolgebouwen, rust- en
ziekenhuizen) en voor 1% op woongebouwen. Met name voor de sector van de
infrastructuurwerken is het essentieel dat de door de Vlaamse overheid
geplande PPS-projecten zo snel mogelijk van de grond komen. De Belgische
firma’s voor weg- en andere infrastructuurwerken realiseren jaarlijks
een omzet van ongeveer 6,5 miljard euro. Als de geplande
infrastructuurwerken met PPS over de komende vijf jaar worden
uitgevoerd, kan deze subsector jaarlijks 8% meer omzet realiseren.
Naar de toekomst toe schatten met name de uitvoerders van
infrastructuurwerken de situatie minder gunstig in. Momenteel ligt hun
activiteitsgraad nog hoog. Maar het aantal nieuwe opdrachten neemt af,
zoals doorgaans het geval is na de gemeenteraadsverkiezingen. De door de
Vlaamse overheid geplande PPS-projecten worden dus belangrijk om hun
tewerkstelling op peil te houden.
Ondermaats onderhoudsbudget
Jarenlang heeft de overheid vanuit haar regulier investeringsbudget te
weinig uitgegeven aan het onderhoud van haar infrastructuur. De laatste
tien jaren bleef het budget voor wegenonderhoud beperkt tot 60 à 80
miljoen euro per jaar. Dit jaar trekt de Vlaamse overheid dit budget
voor de eerste maal sedert jaren op tot meer dan 100 miljoen euro. Uit
het laatste inspectieverslag is gebleken dat 8% van de autosnelwegen,
18,5% van het primair net van gewestwegen en 16,5% van het secundair net
onvoldoende scoren voor hun categorie. Om het achterstallig onderhoud in
te halen moet de Vlaamse overheid volgens de VCB het onderhoudsbudget
voor wegen tot minstens 125 miljoen euro per jaar optrekken. Voor het
onderhoud van bruggen trekt de Vlaamse overheid momenteel amper 4,5
miljoen euro per jaar uit. En ook de onderhoudskredieten voor de
waterwegen zijn te laag om het bestaande patrimonium in stand te houden.
Bij de geplande PPS-projecten zal het onderhoud van de aangelegde
infrastructuur normaliter veel grondiger verlopen. Want de private
partner zal de aangelegde bruggen, wegen en tunnels over een periode van
20 à 30 jaar moeten onderhouden en ervoor moeten zorgen dat het verkeer
daardoor veilig en vlot kan verlopen. Deze langetermijnverbintenissen
zullen eveneens voor extra duurzame tewerkstelling zorgen.
Duidelijke onderhoudsverbintenissen
Om bij PPS effectief tot beter onderhoud te komen, moeten de
opdrachtgevende besturen wel duidelijk omschrijven welke prestaties zij
van de nieuwe constructies verwachten, en welke onderhoudsdiensten de
private partners na de bouw moeten leveren. In de ontwerpbestekken die
momenteel voorliggen, bestaat vooral rond de onderhoudsverbintenissen op
lange termijn nog heel wat onduidelijkheid. En elke onduidelijkheid
leidt tot rechtsonzekerheid. Omdat daardoor de risico’s vergroten,
gaan financiers zich extra indekken.
Onderhoudsbestekken op lange termijn zijn een nieuw fenomeen. De
administraties weten de studiebureaus op dit vlak nog onvoldoende te
sturen. Daardoor moeten studiebureaus teveel onderzoek verrichten dat
nadien nog eens door anderen wordt overgedaan. Door het vele studiewerk
dreigt uiteindelijk minder geld over te blijven voor de uitvoering als
dusdanig. In Vlaanderen heeft men sowieso al geen overschot aan
ingenieurs: een bijkomend argument om met de ontwerpcapaciteit efficiënt
om te springen en nutteloos overlappend studiewerk te vermijden.
Het is dus belangrijk dat de verschillende administraties die met
PPS-projecten bezig zijn, maximaal lering trekken uit elkaars
ervaringen. Men moet verhinderen dat bij elk PPS-programma opnieuw het
‘warm water’ wordt uitgevonden. Voor de uitvoering van PPS-projecten
vraagt de VCB een algemene code van goede praktijk met een aantal
duidelijke basisprincipes.
PPS geen toverformule
Uit de beperkte ervaring die men in Vlaanderen reeds met PPS heeft
opgedaan, blijkt eveneens dat de overheid voor de toepassing van PPS
zeer selectief moet zijn. PPS is geen wondermiddel voor elk project in
elk beleidsdomein. PPS is, omwille van de extra voorbereidings- en
studiekosten, enkel nuttig voor grotere projecten. Vandaar dat de
Vlaamse overheid tegelijk haar reguliere investeringen moet optrekken,
meer in het bijzonder voor het op peil houden van het uitgebreide, reeds
bestaande transportnet. Een degelijk onderhouden verkeersnet is trouwens
ook van groot belang voor het behoud van Vlaanderen als de logistieke
poort voor Europa.
(bron:
VCB)
|