|
Publiek-private
samenwerkingsverbanden (pps) moeten bovenop de reguliere investeringen
komen en niet in de plaats ervan. Bovendien moeten ook familiale
bedrijven hieraan kunnen meedoen. Dat verklaarden Marc Van Brabant,
voorzitter van de Fédération Wallonne des Entrepreneurs de Travaux de
Voirie (FWEV), en Herman Dekempeneer, voorzitter van de wegenbouwers van
Vlaams-Brabant, op vrijdag 23 november in de Leuvense Faculty Club
tijdens het banket van de Federatie Wegenwerken Brabant.
In
zijn toespraak herinnert Marc Van Brabant aan de geschiedenis van de
federatie van de Brabantse wegenwerkers.
“Om
de belangen van het beroep te verdedigen, werd lang geleden een
provinciale structuur in het leven geroepen. Die bestaat nog altijd en
biedt de gelegenheid om de partners van de drie gewesten samen te
brengen in een feestelijke sfeer, waarbij we elkaar kunnen vertellen
over onze beroepservaringen in de andere regio’s. Brabant wordt als
microcosmos van België door zijn aard en ervaring opgeroepen om een
microcosmos van Europa te worden. Laten we dus ambitieus zijn, al
dreigen sommige dingen onze dagelijkse activiteiten te verpesten”,
vertelt hij.
Hierbij
somt Van Brabant zes pijnpunten op, beginnend met de ondergrondse
leidingen. “Als het gaat over onze veiligheid en het welzijn van
iedere burger mag een gericht en efficiënt beleid niet langer
uitblijven. In Wallonië begint door de ramp in Ghislengien veel begrip
te groeien om de toestand te verbeteren en we geloven dat een decreet
hierover binnen heel korte termijn het licht zal zien".
"Onze
vorderingen worden op tijd gecommuniceerd in de Belgische Federatie van
Aannemers van Wegenwerken (BFAW), waarvan Etienne Scherpereel voorzitter
is. We danken hem voor zijn inzet en voor die van Yves Ulens,
Jean-Pierre Wirix, Eli Desmedt en Marc Delaby”, meldt hij.
Ten
tweede is er de kwaliteit van de wegbedekkingen en bij uitbreiding de
kwaliteit in het algemeen. ”Het onderhoud van de bestaande wegennetten
en de coördinatie kan zeker beter, zodat niet langer onophoudelijk
wegen moeten opengebroken worden om er nieuwe leidingen te leggen".
"Kwaliteit
is slechts mogelijk door de correcte en veralgemeende toepassing van het
RW99 in Wallonië en de kwaliteit van de producten, ons personeel, het
controlepersoneel en projectontwerpers en door de vooruitgang van de
werken. Het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW) is hierbij een
bevoorrechte partner”, weet Van Brabant.
Ten
derde blijft het gebrek aan planning en programmatie voor ongerustheid
zorgen. Van Brabant waarschuwt ook voor het gebrek aan voldoende
opgeleid personeel als de grote vraag naar werkkrachten blijft aanhouden
en als de programmering en de planning van wegenwerken niet verbetert.
“Onze opdrachtgevers denken soms dat wij tovenaars zijn. Als men de
inschrijvingsprijzen bekijkt, hebben zij echter misschien wel
gedeeltelijk gelijk”, monkelt hij.
Bovendien
mogen grote projecten zoals het GEN, de Diabolo en de
Oosterweelverbinding andere ondernemingen in de verschillende klassen
niet over het hoofd zien.
Ook
de achterstallige betalingen baren de FWEV-voorzitter zorgen. De
verwijlinteresten zouden volgens hem ten minste automatisch moeten
betaald worden.
In
vijfde instantie vraagt Van Brabant aandacht voor de opleidingen. Dit
jaar nog worden met de medewerking van het Waalse Gewest allerlei
soorten vormingscycli georganiseerd en i.s.m. de NAVB werden met
hetzelfde succes veiligheidsopleidingen in de wegenbouw opgezet. En ten
slotte vermeldt Van Brabant het afvalbeheer.
De
FWEV- voorzitter staat tot slot nog stil bij twee algemene thema’s,
met op kop de deontologie in de zakenwereld.
“Op
aandringen van sommige collega’s aannemers van wegenwerken wil ik
eraan herinneren dat onze beroepsorganisatie haar leden aanspoort tot
een deontologische en ethische handelswijze van ‘maximin’, t.t.z.
een minimum aan deontologie zo groot mogelijk maken.
Onze
talrijke contacten met de beroepsorganisatie de jongste twee jaar hebben
mij er innig van overtuigd dat de grote meerderheid van onze aangesloten
aannemers een loyaal arbeidskader wenst en we stimuleren met onze
partners relaties conform de heersende wetten en de gebruiken en
gewoonten en vooral met aandacht voor het algemeen welzijn. Alleen in
een onberispelijk klimaat kunnen onze ondernemingen overleven. Onze
jonge aannemers zijn de eersten om een dergelijk deontologisch en loyaal
werkkader te vragen. Ik wil hen ook aanmoedigen om deel te nemen aan het
verenigingsleven”, oppert Van Brabant.
Publiek-private
samenwerkingsconstructies zullen volgens hem vermoedelijk de grote
uitdaging van de toekomst worden. Pps moet dan wel bovenop de gewone
investeringen komen en mag ze niet vervangen.
“De
uitdagingen van de toekomst vereisen een groter begrip tussen sociale
partners. Nachtwerk, uitvoeringstermijnen, de strijd tegen lawaaihinder,
vervuiling, … kortom het comfort van de gebruiker en de burger zullen
de maatschappij ertoe verplichten om een nieuwe sociale wetgeving uit te
vinden. We moeten onze werkkrachten ook kunnen motiveren”, beklemtoont
de FWEV-voorzitter.
Herman
Dekempeneer stelt vast dat de relaties tussen de bouwsector en de
overheid nauwer zijn dan voor andere sectoren. “Dit heeft te maken met
het feit dat de overheid voor de bouwsector niet enkel het algemeen
regelgevend kader schept, zoals ze ook voor andere sectoren doet, maar
in belangrijke mate ook het opdrachtenvolume bepaalt. Nog meer dan voor
andere deelsectoren in de bouwnijverheid is dit het geval voor de
wegenbouw”, weet hij.
Dekempeneer
merkt ook op dat de concurrentiepositie en de welvaart van Vlaanderen
steeds meer afhangen van de prestaties van de bouw- en vastgoedsector.
“Sinds 2004 zijn in ongeveer dertig Vlaamse steden grootschalige
stadsvernieuwingsprojecten van start gegaan.
Het
gaat om een totale investering van 2,5 miljard EUR, niet alleen in
woningen, maar ook in de verfraaiing van straten en pleinen. Vooral de
1,8 miljard EUR investeringen vanuit de private sector maakten het
financiële plaatje compleet. Steeds meer is de bouw de gangmaker van
stadsvernieuwingen”, juicht hij toe.
De
bouwnijverheid (producenten, ontwerpers en aannemers) is volgens hem
meer dan vroeger een krachtige motor van vernieuwing en innovatie in
onze economie geworden. Zo maken gespecialiseerde bodemsanerings- en
reinigingstechnieken sites bouwrijp voor uiteenlopende functies, terwijl
die terreinen zonder deze hoogtechnologische bouwkennis nog jarenlang
onbenut zouden gebleven zijn.
“Bij
bedrijfsgebouwen verschuift de vraag steeds meer van productie-eenheden
naar logistieke gebouwen. Logistiek vormt terecht één van de vier
pijlers van het programma Vlaanderen in Actie. Het zal echter
uiteindelijk van onze infrastructuur afhangen of Vlaanderen in de
Europese Unie een logistieke toppositie zal blijven bekleden”, weet
Dekempeneer.
Omdat
vandaag slechts een beperkt aantal missing links voor het wegvervoer met
reguliere middelen worden gefinancierd, zoals het autowegenkruispunt in
Lummen en de tweede brug in Temse, is het belangrijk dat de uitvoering
van deze projecten via pps kan versneld worden. Hieruit blijkt volgens
Dekempeneer nogmaals het toenemende belang van de private bouw- en
vastgoedsector voor de concurrentiekracht van Vlaanderen in
Europa.
“Publiek-private
samenwerking vormt een belangrijk instrument voor de versterking van
onze welvaart en ons welzijn. Dankzij pps kunnen we terreinen versneld
activeren en dringende investeringsbehoeften sneller invullen. Maar pps
is geen toverformule. Pps moet een bijkomend investeringsvolume creëren
bovenop het reguliere investeringsbudget en mag het reguliere
investeringsbudget niet aantasten".
"Pps
ontslaat de overheid er bijvoorbeeld niet van om het bestaande
infrastructuurpatrimonium goed te onderhouden. Een recent overzicht
heeft aangetoond dat Vlaams-Brabant koploper is in te herstellen en te
vervangen bruggen. Dit blijft een taak van de overheid, die daarvoor
zelf ‘onverwijld’ budgetten moet vrijmaken”, benadrukt Herman
Dekempeneer.
De
sector blijft bij pps-constructies pleiten voor een evenwichtige
verdeling van de risico’s tussen publieke en private partners en voor
transparante selectie- en gunningprocedures. Bedrijven mogen niet worden
gedwongen tot te hoge studiekosten in verhouding tot hun kans om het
project binnen te halen. De sector vraagt ook dat de algemene
aannemingsvoorwaarden grotendeels van toepassing blijven omdat zij de
inschrijvers belangrijke garanties bieden. Boetes moeten tot een maximum
worden begrensd. De overheid moet er tevens op toezien dat de
borgstellingen beperkt blijven.
“Essentieel
bij Vlaamse pps-projecten is het beschikbaarheidsrisico. De overheid
moet de beschikbaarheidseisen voldoende duidelijk definiëren. De
outputspecificaties, d.i. de omschrijving van wat precies van het nieuwe
project wordt verwacht, zijn nog steeds ondermaats".
"Bij
het uitschrijven ervan mag men zich niet beperken tot een bundeling van
reeds bestaande normen en typebestekken. De administratie moet haar
werkwijze aanpassen aan het feit dat ze bij pps en alternatieve
financiering niet langer in detail moet omschrijven wat gebouwd wordt,
maar wel objectief en meetbaar de prestaties moet bepalen die het
project op lange termijn moet kunnen bieden".
"Daarbij
moet de overheid ook telkens duidelijk vooraf uitklaren welke diensten
zij zelf blijft leveren, zoals de winterdienst en de werking van de
verkeerslichten bij openbare werken, en welke diensten de private
partner op zich moet nemen”, stipuleert Dekempeneer.
Hij
vindt het belangrijk dat ook familiale bedrijven aan
infrastructuurwerken in pps-verband kunnen blijven meedoen.
“Publiek-private samenwerking vergt een volledig andere werkwijze dan
de aanpak die wij met reguliere aanbestedingen gewoon zijn. Zowel de
publieke als de private sector hebben hier nog veel te leren. Het is
belangrijk dat minister Ceysens, verantwoordelijk voor Innovatie, de
sector daarin bijstaat. Zo is m.b.t. de omschrijving van
onderhoudsverplichtingen op lange termijn nog bijkomend onderzoek
vereist”, beseft de voorzitter van de Vlaams-Brabantse wegenbouwers.
Bij
heel wat pps-projecten wordt van private partners ook een belangrijke
financiële inbreng verwacht. Dekempeneer pleit ervoor dat de Vlaamse
overheid familiale kmo’s de instrumenten zou geven waardoor ook zij de
hogere financiële inbreng aankunnen die bij alternatief gefinancierde
infrastructuurprojecten wordt gevraagd. Hierbij denkt hij aan de hogere
borgstellingseisen.
“Als
wegenbouwbedrijven in eigen land niet aan de bak komen bij alternatief
gefinancierde infrastructuurwerken kunnen zij het zeker vergeten bij
alternatief gefinancierde werken in het buitenland. Wij rekenen op u
opdat onze bedrijven in de eigen regio maximaal kennis kunnen opdoen bij
de uitvoering van werken met pps en alternatieve financiering”, richt
hij zich tot Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap,
Innovatie en Buitenlandse Handel Patricia Ceysens.
Ceysens
gelooft vooreerst in samenwerking tussen de drie gewesten. Als ze de
voorafgaande eisen hoort, stelt ze echter vast dat ze beter de ganse
Vlaamse regering had meegebracht, want voor elke minister wordt wel een
opdracht geformuleerd.
“In
mijn departement Economie ben ik geen groot voorstander van de
subsidie-aanpak, o.m. omdat ze voor administratief meerwerk zorgt en
weinig rechtszekerheid biedt. Ik zou deze subsidies veel liever
gebruiken om de vennootschapsbelasting te verlagen. Deze aanpak is in
het nut van iedereen en is rechtszekerder, eenvoudiger en makkelijker.
Alleen heb ik in Vlaanderen deze bevoegdheid niet”, weet ze.
Op
het vlak van ondernemen wordt getracht het onderwijs aan te pakken.
“We hebben ondernemers nodig omdat zij jobs en welvaart creëren. Ik
hoor echter dat jonge mensen aan universiteiten prachtige technologische
dossiers ontwikkelen, maar dat het hen soms ontbreekt aan
ondernemerschap en omgekeerd. Er komt ook een witboek over
familiebedrijven”, kondigt Ceysens aan.
Wat
innovatie betreft, is het Vlaams Instituut voor de Logistiek met een
aantal vernieuwende projecten bezig. “In Dubai kwam ik in contact met
het concept van de ‘extended gateways’. We moeten havens naar het
binnenland kunnen verleggen. Iemand van Dubai Ports zei in dit verband:
“Een hub is goed, maar een hinterland is beter.” De Amerikaanse
autoriteiten leggen uit veiligheidsoverwegingen dan weer ‘secured
tradeways’ op, die een uitdaging vormen voor iedereen die deelneemt
aan de ganse intermodale transportketen”, signaleert de minister.
(bron:
Bouwkroniek)
|