|
Confederatie Bouw vraagt afschaffing van de solidariteitsbijdrage
(CO2-taks) op bedrijfsvoertuigen voor collectief vervoer
Geconfronteerd met de dagelijkse reacties van de meer dan 14.000
leden-bouwbedrijven over de enorme en onredelijke boetes die de
bouwbedrijven krijgen voor de verschuldigde CO2-taks op
bedrijfsvoertuigen voor collectief vervoer van werknemers organiseerde
de Confederatie een debat over het "vervoer in de bouwsector".
Een bedrijfstak als de bouw heeft van oudsher gekozen voor een op maat
uitgewerkt mobiliteitsplan waarbij het collectief vervoer voor het
woon-werkverkeer centraal staat. Door recente wetswijzigingen wordt het
collectief vervoer van werknemers zwaar financieel afgestraft. Daarom
vraagt de Confederatie een afschaffing van de solidariteitsbijdrage op
voertuigen bestemd voor gemeenschappelijk vervoer, wil men vermijden dat
ook in de bouwsector dit gebruik verdwijnt en alle 170.000 bouwvakkers
dagelijks met eigen vervoer op de wegen van en naar hun bouwplaatsen de
files moeten gaan verlengen en de luchtvervuiling vergroten.
De solidariteitsbijdrage die de werkgever verschuldigd is voor
voertuigen die hij aan zijn personeel ter beschikking stelt en die ook
voor andere dan voor beroepsdoeleinden gebruikt worden, werd door de
vorige regering drastisch gewijzigd met ingang van 1 januari 2005.
Terwijl de vroegere maatregel enkel het persoonlijk en individueel
gebruik door werknemers van bedrijfswagens viseerde, wordt nu ook
uitdrukkelijk het collectief vervoer van werknemers onderworpen aan de
bijdrage. Uit de getuigenissen van de bouwbedrijven blijkt dat de
uitzonderingen zeer strikt zijn, niet aangepast aan de bouwrealiteit en
een zware administratieve last betekenen voor de werkgever die voor zijn
personeel busjes ter beschikking stelt om hen gezamenlijk van huis naar
de werven te vervoeren.
Het bestraffen van het collectief vervoer in de bouwsector strookt
bovendien niet met de doelstelling van de solidariteitsbijdrage
(patronale bijdrage) op bedrijfswagens met privégebruik en die dus als
een deel van de verloning worden beschouwd.
Maar de situatie waarbij in de bouwbedrijven bestelwagens en
minibusjes ter beschikking gesteld worden aan werknemers die instaan
voor het collectief vervoer, heeft niks te maken met de beloning van
de werknemers. Deze bedrijfsvoertuigen dienen om het gezamenlijk
vervoer van de werknemers naar de bouwplaatsen te organiseren en
tegelijk het nodige materieel en materiaal te vervoeren. Deze
bedrijfsvoertuigen zijn dus meer als werkinstrument te beschouwen. Het
feit dat de chauffeur met het voertuig naar huis terugkeert, gebeurt om
loutere redenen van werkorganisatie. De werknemers werken op verschillende
bouwplaatsen die telkens op verschillende adressen liggen. Om de
verplaatsingen zo optimaal mogelijk te organiseren, is het
interessanter om onmiddellijk naar de bouwplaatsen te kunnen vertrekken
(in plaats bijv. dat iedereen eerst naar het bedrijf moet komen). Zo
worden de duur van de verplaatsingen en de af te leggen afstanden zoveel
mogelijk ingeperkt.
Van enig voordeel voor de chauffeur van de bestelwagen of minibus kan
bovendien moeilijk sprake zijn. Integendeel, door het feit dat hij
andere werknemers moet ophalen en vervoeren, wordt hij met een grotere
verantwoordelijkheid belast. Het voertuig waarover hij beschikt, is
bovendien veelal niet geschikt voor privégebruik, gelet op de
inrichting of op het materieel dat in het voertuig aanwezig is.
De Confederatie vraagt daarom de afschaffing van de CO2-taks
op de bedrijfsvoertuigen voor collectief vervoer van werknemers. Zij
hoopt dat de beleidsverantwoordelijken nu ook echt concreet hun
voornemen om de fileproblemen en de luchtvervuiling terug te dringen
waarmaken door inspanningen van een sector om de mobiliteitsproblemen te
willen aanpakken op een logische en economisch verantwoorde manier niet
te bestraffen. De goede praktijken en voorbeelden van collectief vervoer
uit de bouwsector moeten integendeel worden aangemoedigd in plaats van
ze financieel zwaar en onredelijk te beboeten.
(bron:
Confederatie Bouw)
|